19 juni 2019

Mijn vader en ik

Mijn vader was een banketbakker. We hadden een grote banketbakkerij thuis met wel zeker vijf bakkersgasten in de bakkerij en op drukke dagen zeven dames in de winkel. Ik geloof dat mijn ouders gouden tijden gekend hebben en de zaak was in de verre omtrek bekend voor haar koffiekoeken en ├ęclairs. Op vaderdag denk ik wat vaker aan mijn vader. Het is onnozel misschien dat zo een dag daarvoor nodig is maar het gebeurt vanzelf en ik hou ervan om dan extra bij hem stil te staan.

Mijn band met hem was heel goed. Ik kan oprecht zeggen dat hij mij leerde wat liefde was en daar ben ik hem al heel mijn leven dankbaar voor. Hij is ook lang mijn grote held geweest. Natuurlijk, doorheen de jaren van persoonlijke ontwikkeling, ontdekte ik als volwassen vrouw ook de schaduwzijde van onze relatie. Ik had namelijk al heel jong de taak op mij genomen om hem gelukkig te maken. Door zijn oorlogswonden (geboren in het interbellum jaar 1930) was hij zwaar beschadigd en hij leefde het leven wat latent depressief en gelaten. En toen kwam daar geheel onverwacht een engel met blonde krullen in zijn leven die ook nog eens positief en goedlachs was van aard. Dat heeft zijn leven een gouden randje gegeven, met momenten toch want soms zag ik hem wegzakken in de donkerte van zijn brein en gedachten. Vreselijk vond ik dat als kind dus zorgde ik ervoor dat hij weer vrolijk werd en ging lachen... tot zelfs dat niet meer lukte en hij veel te jong stierf aan kanker.

Achteraf bekeken was zo een taak niet waar een kind mee moest bezig zijn maar ja, zo was het nu eenmaal. Geen enkele ouder-kind relatie is alleen maar positief of negatief. Het is en-en. Ook bij gesprekken in mijn zeteltjes is dat vaak de conclusie: onze ouders deden wat ze konden en toch schoten ze ook tekort, omdat ze nu eenmaal mensen zijn of waren, met hun eigen rugzak. Ik heb het hem al lang allemaal vergeven.

Maar dus, mijn vader en ik, we hadden vele warme momenten waar ik nu nog steeds dankbaar voor ben. Zo zat ik als kind op de grond voor hem als hij naar televisie keek en dan legde hij zijn hand in mijn nek. Dat vond ik prettig als kind. Dan zaten we daar zo, uren lang, tot mijn billen pijn deden maar ik wou daar gewoon niet weg. Of de gezelschapspelletjes die we speelden samen, daar werden we allebei blij van. Maar het allerfijnste moment vond ik elke ochtend om zes uur naar beneden sluipen, door het lege huis, door de stille winkel, recht de bakkerij binnen. De geur van deeg en versgebakken brood kwamen mij tegemoet. Ik keek dan eerst hoe hij met de hand van deeg broden maakte, op zo een houten grote spatel legde en in de oven schoof. Ik wachtte heel geduldig, hoe jong ik ook was...ik wachtte. En dan opeens wanneer hij vond dat het tijd was, tilde hij mij op. Hij rook naar bloem en zweet en ik voel dat witte T-shirt nog, een beetje ruw van stof door het vele wassen maar ook wat smerig door het al uren bezig te zijn geweest met boter, bloem en bakkersroom, hier en daar een veeg chocolade. Hij nam me dan mee naar de oven waar een soort verhoog was om op te zitten, lekker warm. Zo zaten we daar dan elke ochtend: hij in zijn bakkersplunje, ik in mijn pyjama. Gezellig op zijn schoot terwijl het werk rond ons doorging, vijf minuten voor ons twee. We praatten wat. We lachten wat. We zeiden soms niks. Dat was ons momentje.

Ik zou met veel plezier daar nog eens zitten met hem en ik geloof dat we gewoon in stilte zouden zitten, naast elkaar. Maar dat gaat dus niet. Daarom koester ik alles wat ik van hem meekreeg: warmte, toewijding, aandacht en tonnen liefde. Ik was zeker niet de vrouw geworden die ik nu was zonder al die momenten van pure liefde. Hij was zonder twijfel de eerste man die mijn hart geraakt heeft.

Na een paar minuten was het tijd, gaf hij mij een zoen en gleed ik van zijn schoot. Daarna gingen we onze eigen weg, hij verder aan het werk, ik naar school. Vol liefde.

Mijn vader en ik

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x